woensdag 13 mei 2015

Taalverwerving beschouwing 

Mensen zijn een onderscheidende diersoort. Niet door hun sociale instinct, dat ook primaten en sommige andere diersoorten vertonen, maar door het vermogen om iets complexs als een taal te beheersen. Enkel de mens heeft genoeg cognitief vermogen om een uitgebreide grammatica te kennen en deze toe te passen in lange, ingewikkelde zinnen. Maar hoe is het mogelijk dat een taal, bewust of onbewust, wordt doorgegeven aan volgende generaties? En dat terwijl kleine kinderen nog helemaal geen weet hebben van het bestaan van grammatica en andere regels, en hun intelligentie nog verre van ontwikkeld is? Hierover bestaan verschillende theorieën, die ik hieronder zal bespreken.

Taalkundige Noam Chomsky is van mening dat een kind wel een aangeboren aanleg moet hebben voor taal, omdat een taal zo ingewikkeld is. Hij stelt dat deze aangeboren aanleg ervoor zorgt dat kinderen zo snel een moedertaal leren zonder blijvende fouten te maken. Chomsky noemt dit vermogen de Universele Grammatica. Hij gaat ervan uit dat de basisgrammatica voor alle talen hetzelfde is: de principes. Principes liggen vast en zijn aangeboren. Parameters daarentegen zijn niet aangeboren en verschillen per taal.

Tomasello, Amerikaans psycholoog, heeft een andere theorie. Hij is volledig tegen het idee dat kinderen een aangeboren grammatica bezitten. Volgens hem verwerven kinderen een taal, doordat zij er van jongs af aan in contact worden gebracht. In zijn theorie gaat hij ervan uit dat kinderen niet eerst woorden leren en daarna de grammatica langzaamaan gaan beheersen, maar alles leren door elkaar. Dit vormt het brabbeltaaltje dat we allemaal wel kennen van jongere kinderen uit onze omgeving. Tomasello’s theorie is gebaseerd op het feit dat mensen het ingebouwde vermogen hebben andere mensen te begrijpen. Dit zou zelfs al vanaf een leeftijd van negen maanden het geval zijn. Kinderen ontwikkelen dan het vermogen om de bedoelingen van hun omgeving te begrijpen.

Verder bestaat er een optimaliteitstheorie, opgesteld door Alan Prince en Paul Smolensky. Zij gaan ervan uit dat een taal ‘zacht’ is, en dat sommige taal-gerelateerde regels dus belangrijker zijn dan andere. Als de regels elkaar overlappen, wordt gekozen voor de ‘sterkere’.

De neurale-netwerk theorieën gaan ervan uit dat kinderen een taal leren door het toepassen van algemenere cognitieve principes. Des te vaker iets herhaald wordt, des te sterker de verbinding tussen de neuronen en des te beter het kind een woord of een bepaalde zinsstructuur zal onthouden.

Er zijn dus verschillende meningen en theorieën over het verwerven van een moedertaal op jonge leeftijd. Alle theorieën zijn in mijn ogen aannemelijk en bezitten een kern van waarheid. Helaas kan ik dus niet concluderen welke theorie over taalverwerving nou de juiste is. Wat in ieder geval wel vast staat: de hersenen van een kind zijn een wonderlijk iets.

Bronnen:


http://www.kennislink.nl/publicaties/waarom-praten-apen-niet-net-als-mensen
Module Taalkunde, 'Taalverwerving' 

vrijdag 23 januari 2015

 Opdracht 1
1.       Bindend studieadvies: advies van universiteit om niet verder te gaan met de studie
2.       Bachelor: de basisopleiding van een universiteit
3.       Master: het tweede gedeelte van een universitaire oplossing
4.       Selectie aan de poort: niet iedereen wordt toegelaten op een universiteit; deze kunnen zelf beslissen wie ze toelaten en wie niet
5.       Basisbeurs: beurs die iedere student krijgt en dus niet terug hoeft te worden betaald
6.       Studieoverschot: lening die wij krijgen i.p.v. de basisbeurs
7.       Stage: praktijkervaring opdoen tijdens je studie
8.       Bestuursfunctie: het vervullen van een bestuurlijke taak
9.       Langstudeerders: studenten die veel langer dan normaal over een studie doen
10.   LSVb: vakbond voor de belangen van studenten
11.   Flexstuderen: studievorm waarbij de student zelf het tempo van de studie kan bepalen
12.   Voltijd: alle tijd besteden aan een studie (tegenover deeltijd)
13.   Modulaire opzet: vorm van studeren waarbij na iedere module een toetsing plaatsvindt
14.   Leerrechtensysteem: systeem voor studenten die inhoud dat ze, tegen inlevering van   voucher, toegelaten worden op een studie

Opdracht 2
1.       Knip: scheiding
2.       Columniste: iemand die dingen uit het dagelijks leven beschrijft voor de krant
3.       Per saldo: uiteindelijk
4.       Naar rato van: in verhouding
5.       Uitvalcijfers: cijfers over studenten die hun studie niet afmaken
6.       Innovatie: vernieuwing
7.       Bureaucratisch: met veel overbodige regels
8.       Rendementseisen: eisen voor de wint

Opdracht 3
A het huidige systeem van universiteit en hogeschool
Voor wie toegankelijk? Iedereen met het benodigde niveau.
Lengte van de studie? Variërend van vier jaar tot twaalf jaar.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? In vergelijking met de nieuwe plannen niet zoveel.
Waar kun je studeren? Op iedere universiteit en hogeschool waar je voldoet aan het vereiste niveau.

B de Open Universiteit
Voor wie toegankelijk? Iedereen die zich aanmeldt met het benodigde niveau.
Lengte van de studie? Variërend van vier tot twaalf jaar.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Er zijn beperkte keuzemogelijkheden in de leerstof.
Waar kun je studeren? Overal waar  een hogeschool of universiteit staat, ook in het buitenland.

C het Plan Truijens
Voor wie toegankelijk?   Voor alle studenten.
Lengte van de studie? Zolang als de student zelf wenst.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Veel bredere keuze, de student kan zelf zijn eigen pakket samenstellen.
Waar kun je studeren? Overal, ook online.

D het Plan van de LSVb
Voor wie toegankelijk? Voor alle studenten (misschien alleen voor leden).
Lengte van de studie? Zolang de student zelf wenst.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Brede pakketkeuze.
Waar kun je studeren? Overal, ook online.

E het plan van Rutte
Voor wie toegankelijk? Voor alle studenten.
Lengte van de studie? Dat mag de student zelf bepalen, binnen bepaalde grenzen.
Welke keuzemogelijkheden in de leerstof zijn er? Meer keuzevrijheid, maar wel ingevoerd in het huidige systeem.
Waar kun je studeren? Op iedere universiteit, ook online.

Opdracht 4
1.       Voor mensen die niet voltijd willen studeren.
2.       Een studie moet nu in een van tevoren bepaald tempo afgerond worden.
3.       Studenten kunnen dan zelf de duur van hun studie bepalen.
4.       Door de studenten zelf te laten betalen voor hun pakketkeuzes.
5.       Het tot nu toe gehanteerde systeem is wettelijk vastgelegd.

Opdracht 5
Ik zou ook iets in mijn samenvatting vertellen over de andere meningen over dit plan en over andere plannen om hetzelfde probleem op te lossen.

Opdracht 6
Voor mensen die niet voltijd willen studeren, heeft Aleid Truijens een oplossing: in plaats van dat een studie in een van tevoren bepaald tempo afgerond moet worden en er weinig mogelijkheden worden geboden om je eigen studiepakket samen te stellen, zou iedereen zelf moeten bepalen hoelang ze hun studie willen laten duren en zou iedereen een individueel studieplan moeten kunnen volgen. De meningen over dit plan zijn verdeeld. Zo vindt de politiek dat zulke ingrijpende maatregelen helemaal niet nodig zijn, maar de LSVb (bond voor de belangen van studenten) is het juist eens met het plan. Het probleem i.v.m. kosten zou opgelost kunnen worden door de studenten een deel zelf te laten betalen voor hun studies. Toch zijn er nog geen radicale besluiten genomen: het tot nu toe gehanteerde systeem is namelijk wettelijk vastgelegd en moeilijk te veranderen.

Opdracht 7 & opdracht 8
Alinea
Bewering
Bijbehorende argumenten
Objectief/su-bjectief
Eens/oneens
1
Studenten van nu hebben amper tijd om aan hun nieuwe leven te wennen.
‘Allemaal bedoeld om studenten maar zo snel mogelijk door hun studie heen te jagen.’
Door maatregelen … flink op.
Volgend jaar… zogeheten studievoorschot.
Objectief

Subjectief
Eens

Oneens
2
… is snel studeren lang niet voor iedereen geschikt.
Volgens mij is hier geen argument voor gegeven.

Eens
3
En langstudeerders hoeven geen extra geld te kosten.
Als je … in beslag.
Objectief
Oneens
4
‘Die extra jaren zijn geen verloren jaren.’
Langstudeerders zijn … snelle rakkers.
Subjectief
Oneens
5
‘In je studietijd moet je gekke dingen doen, …’
Dat kweekt … als leidinggevende.
Subjectief
Eens
7
‘Wij zijn helemaal voor.’
Je geeft … dit doen.
Objectief
Eens
9
Natuurlijk moet je het flexstuderen niet aan iedereen opleggen.
Er zijn… willen studeren.
Subjectief
Eens
10
Erik Driessen is positief.
We lopen… kunnen inhalen.
Objectief

12
Het zou goed zijn als de Nederlandse universiteiten meer met hun tijd meegaan.
Het volgen … huidige samenleving.
Subjectief
Eens
13
Het is inderdaad allemaal niet simpel.
De Wet… te houden.
Subjectief
Eens
14
Volgens Van Meenen ligt het probleem bij de bekostiging.
Een deel… dat afstudeert.
Objectief
Oneens
16
‘Het idee voor een flexibel onderwijssysteem is dus niet nieuw.
Het plan… te stimuleren.
Objectief

17
… is het plan van Truijens volgens SP-Kamerlid Jasper van Dijk ‘vele malen verfrissender’…
Het huidige… naar alternatieven.
Subjectief
Eens

Opdracht 9
1.       In de tekst staat hier niets over aangegeven.
2.       Hiermee heeft de student het financieel iets ruimer, maar hij moet nog steeds zijn studie binnen een bepaalde tijd afmaken.
3.       Nee
4.       Nee
5.       Ja

Opdracht 10
1.       Ik zou zelf het liefst willen studeren aan de hand van het Plan van Truijens. Ik denk dat deze innovatie heel goed is en de druk op studenten verlaagt. Verder vind ik het heel belangrijk om naast studeren ook op andere vlakken te ontwikkelen.
2.       Het systeem dat nu gehanteerd wordt lijkt mij het minst aantrekkelijk. De druk op studenten ligt naar mijn mening veel te hoog. Hierdoor wordt het ze onmogelijk gemaakt om zich ook op andere vlakken te ontwikkelen.

Opdracht 11

ESSAY
Iedere VWO 5 student zal eraan moeten geloven: het studeren. Recent zijn er veel ingrijpende veranderingen in het huidige systeem gemaakt. Zo is bijvoorbeeld de basisbeurs afgeschaft en is het sociale leenstelsel voor onze studiegeneratie ingesteld. Er is ons beloofd dat het geld dat hiermee wordt uitgespaard, in de kwaliteit van het onderwijs gestoken gaat worden. Persoonlijk ben ik heel benieuwd wat dit precies inhoudt en wat we hier in de praktijk van gaan merken. Zouden hiermee inhoudelijke veranderingen of veranderingen in hoe de stof wordt aangeboden worden bedoeld? Want naar mijn mening kan aan het laatstgenoemde nog een heleboel verbeterd worden.

Het liefst zou ik als student kennis maken met een studie in kleinere groepen studenten.  Door persoonlijke aandacht van mensen die er verstand van hebben, pak je lastige stof stukken beter en makkelijker op.  Overvolle collegezalen zouden alleen een optie moeten zijn voor de inhoudelijke kennis die je nodig hebt voor je vak. Verder leer je het meest als student in een praktijksituatie. Je loopt tegen heel andere problemen aan en je leert hierdoor op een andere manier. Dit is een goede voorbereiding op je verdere werkleven: later zal je ook in deze situatie moeten werken , alleen kan je dan geen persoonlijke attentie meer krijgen van iemand met praktijkervaring. Hierom ben ik dan ook van mening dat een student veel stage mogelijkheden aangeboden moet krijgen.

Flexibiliteit in je studie is heel belangrijk. Een student zou zelf moeten bepalen waar en wanneer hij wil studeren. De druk op de student is op dit moment veel te hoog. Het stressgehalte van studenten nu is even hoog als dat van mensen wat in gekkenhuizen geplaatst werden in de jaren ’50. Dit is eigenlijk absurd. De student kan hierdoor (bewust en onbewust) veel minder aandacht besteden aan andere belangrijke leerprocessen, zoals de sociale ontwikkeling. Verder moet de aandacht bij een studie vooral gelegd worden op het leren en niet op het presteren. Op dit moment vind ik dat deze balans te ver doorslaat naar het goed presteren op toetsen. Terwijl, zeker omdat je studie een beroepsvoorbereiding is, dit juist minder belangrijk zou moeten zijn. Maar flexibiliteit slaat ook terug op bijvoorbeeld mensen die al een baan hebben en hiernaast nog een studie of bijscholingscursus willen volgen. Juist deze groep moet flexibel kunnen worden begeleid, naast hun werk. Het gebruiken van moderne social media zou hiervoor een uitkomst kunnen zijn. Het grote voordeel hiervan is dat in plaats van vaste contacturen een studerende zelf kan bepalen waar en wanneer hij wil bijleren. De druk op de student wordt hierdoor verlaagd.

Ditzelfde slaat ook terug op de tentamens en de herkansingsmogelijkheden. De lat zou minder hoog gelegd moet worden als het gaat om herkansingen. Ik vind niet dat de eisen voor het halen van een tentamen naar beneden moeten. Dit zou de kwaliteit van de studie natuurlijk nadelig beïnvloeden. Maar ik ben wel van mening dat een student meer herkansingen zou mogen krijgen bij het niet halen van een tentamen. Hierdoor wordt de druk op de studenten verlaagd, terwijl de eisen niet veranderen.

Een deel van je studie in het buitenland volgen lijkt mij ook iets wat veelvuldig aangeboden moet worden. Adolescenten leren hier heel veel van en lang niet alleen op het studievlak. Ook kennismaken met andere culturen, talen en perspectieven is iets wat de algemene ontwikkeling stimuleert. Verder zouden de keuzemogelijkheden voor de studerenden worden vergroot.  Als de student zijn studie wil voltooien buiten de gebruikelijke normen, zou dit in principe geen probleem moeten vormen.

Al met al mag er wat mij betreft dus nogal wat veranderen in het huidige systeem. Gebaseerd op verhalen van studenten en actualiteiten over dit onderwerp vind ik het gemiddelde stressgehalte voor studeren veel te hoog. De oplossing hiervoor is het aanpassen van de wet: een student zou namelijk zelf mogen beslissen waar en wanneer zij willen studeren. Dat is pas meegaan met de tijd.

maandag 27 oktober 2014

Ontwikkeling in de ontwikkelingshulp


Keer op keer in de politieke wereld weer een geducht probleem. Zeker de afgelopen periode, nu er door de beruchte economische crisis nóg meer bezuinigd moet gaan worden. Hierbij is het elke keer weer hetzelfde beleidsprobleem: wil Nederland nog geld uitgeven aan ontwikkelingshulp, en zo ja, op welke manier wordt dit bedrag dan besteed? Het is duidelijk dat het overgrote deel hiervan niet optimaal gebruikt wordt. In het ergste geval komt het zelfs terecht in de zakken van corrupte ambtenaren of politici. In ieder geval niet bij de mensen die daadwerkelijk hulp nodig hebben.

Uit recent onderzoek is zelfs gebleken dat landen die de afgelopen decennia geen financiële bijstand hebben gekregen, een veel grotere economische vooruitgang hebben geboekt dan landen die wel gesteund worden. En van bekendere hulporganisaties is het een volksgeheim dat een groot deel van de inkomsten gebruikt wordt om het eigen bedrijf in stand te houden. Dit zijn geen subjectieve argumenten, dit zijn feiten. Hierom vind ik dat er iets gedaan moet worden aan de manier waarop de ontwikkelingshulp op dit moment georganiseerd is.

In de afgelopen vijfentwintig jaar heeft Nederland ruim 800 miljard euro uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Met enkel deze Nederlandse bijdrage, had Nederland de volledige wereldbevolking van een goed paar schoenen kunnen voorzien of, ter illustratie, 5 miljoen scholen in onderontwikkelde landen kunnen bouwen. Je zou dus verwachten dat dit absurd hoge bedrag de wereld wel degelijk een stukje mooier heeft gemaakt en een hoop levens dusdanig verbeterd heeft, dat de gemiddelde levensverwachting omhoog zou vliegen. Dit is niet het geval.

“Maar waar zijn al die zuurverdiende centen dan voor gebruikt?” vraagt een weldenkend mens zich nu af. Nou, die zijn voornamelijk gebruikt voor het volgende: het onderhouden van particuliere portemonnees. Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat al het geld dat naar ontwikkelingslanden gaat, stiekem wordt weggesluisd. Helaas gebeurt dit wel met een veel te groot deel van het jaarlijkse bedrag. Ik kan het natuurlijk mis hebben, maar dit voldoet volgens mij niet helemaal aan het idee van liefdadigheid en het verbeteren van mensenlevens. Na jarenlange investeringen, zijn er nog steeds nauwelijks resultaten zichtbaar. Is dit niet zonde van het belastinggeld?

Nu kan je dit ook anders zien. Waarom is in Nederland bijvoorbeeld defensie ook zo’n enorme kostenpost? Lost dit nou ook daadwerkelijk iets op? Maakt dat de wereld beter? Is dat wel de torenhoge bedragen waard? Hierover heeft iedereen een eigen mening en dat moet gerespecteerd worden. Maar ontwikkelingshulp is niet iets wat per se landelijk georganiseerd hoeft te worden. Vrijwillige particuliere giften, gegeven aan kundige, wettelijk gecontroleerde organisaties: ik weet zeker dat we daar veel verder mee komen dan met dit geneuzel. Ontwikkelingslanden worden niet ontwikkelder van de hulp die tot nog toe gegeven is, anders zouden positieve veranderingen al lang en breed waarneembaar zijn. Met  800 miljard had arm Afrika allang een stuk welvarender kunnen zijn.

Ik ben van mening dat als zo’n enorm onderdeel van het Nederlandse budget aan ontwikkelingshulp wordt besteed, dat men er zeker van mag zijn dat het geld dan tenminste wel goed aankomt. Dat er scholen en waterputten voor de in heftige armoede verkerende bevolking worden gemaakt, in plaats van villa’s en weet -ik-niet-waar al het weg gesjoemelde geld naartoe verdwijnt. Het doneren aan onderontwikkelde landen zou een individuele keuze moeten zijn, zeker omdat het systeem zoals het nu in elkaar steekt, gewoonweg niet werkt. Ik denk dat daar een heleboel mensen meeenk dat daarme hulp hard nodig hebben, veel beterle belastingbetalende Nederlandersat het systeem zoals het nu in elkaar steveel beter mee af zijn. Zowel belastingbetalende Nederlanders als mensen die de hulp wel degelijk hard nodig hebben.

vrijdag 17 oktober 2014

HERSCHREVEN VERSIE, OP BASIS VAN COMMENTAAR

Waarom kiest een student voor kamers?

Aangezien op kamers gaan nogal wat kosten met zich meebrengt, verhoogt het in de meestal gevallen de studieschuld aanzienlijk. Al helemaal ten tijde van de huidige financiële situatie en andere bijkomstigheden, waaronder de hoogstwaarschijnlijke afschaffing van de studiebeurs.
Toch kiest volgens onderzoek het overgrote deel van de studenten die een universitaire studie gaan doen, ondanks de financiële gevolgen, toch voor het zelfstandig wonen. Wat trekt hen?
 Praktisch nut
In eerste plaats heeft uitwonen over het algemeen praktisch nut. Zo heeft een uitwonende student stukken minder reistijd. Tijd die anders in volle treinen verloren zou gaan, kan worden besteed aan bijvoorbeeld schoolwerk of een bijbaan. Ook wordt het studentenleven door velen ervaren als een periode waar je de rest van je leven op terug zal kijken. Hierbij worden onder andere het uitgaansleven en studentenverenigingen bedoeld: iets waar je niet optimaal aan mee kan doen als je dagelijks anderhalf uur voor colleges en dergelijke op en neer moet reizen.
 Vrijheid
Ook een grote trigger voor jongvolwassenen is de vrijheid. Als je op jezelf woont, is er niemand meer die jou erop wijst dat je iets moet gaan doen waar je geen zin in hebt, of dat het slimmer is om zaterdagavond toch maar te gaan blokken in plaats van een avondje stappen met je vrienden. Je woont niet meer thuis bij papa en mama en je zal dus zelf hierin keuzes moeten leren maken, ook op het gebied van geld. Dat is iets heel natuurlijks. Het is immers in principe niet de bedoeling om  voor de rest van je leven financieel en mentaal afhankelijk te blijven van je ouders. Veel adolescenten willen ook graag het huis uit en zijn er dan ook nieuwsgierig naar hoe het is om op eigen benen te staan. Maar dit zal zeker in het begin wel even wennen zijn. 
Zelfstandigheid
De zelfstandigheid van het op jezelf wonen kan zowel een voordeel als een nadeel zijn. Het voor jezelf leren zorgen en jezelf onderhouden is een heel belangrijke stap in het proces naar volwassenheid. Maar helaas is deze stap niet gratis. De prijzen voor studentenkamers zijn vaak, doordat er veel vraag naar is en te weinig aanbod, ontzettend hoog. Aan een fatsoenlijke kamer ben je al gauw zo’n 350 euro kwijt aan maandelijkse huur. Volgens onderzoek van vorig jaar ligt deze prijs zelfs gemiddeld rond de 415 euro. Geen kleine bedragen dus. Hier komen dan nog andere vaste lasten bij, zoals gas-, water-, en elektrakosten. Natuurlijk krijgen uitwonende  studenten een maandelijkse beurs, maar deze is lang niet groot genoeg om alle kosten te dekken.  
Kosten
Maar deze zelfstandigheid van een uitwonende houdt zeker niet op na enkel de kosten. De student zal zichzelf moeten verzorgen en normale huishoudelijke taken, zoals koken en schoonmaken, allemaal zelf moeten verrichten. En je kan, in veel gevallen bij uitwonende studenten, niet zomaar even bij papa en mama aankloppen om hulp. Veel dingen die wij als scholieren nu nog als vanzelfsprekend zien, simpele dingen als boodschappen doen en wassen, zullen we zelf moeten gaan doen. Maar ook ingewikkeldere financiële kwesties moeten zelfstandig opgelost worden. 
Toch houdt dit de meeste jongeren niet tegen. Ze genieten van het proces naar volwassenheid, kijken en uit naar het studentenleven en verkiezen de voordelen van de zelfstandigheid boven de nadelen ervan.  Voor veel studenten wegen de financiële gevolgen dus toch op tegen de voordelen van het op jezelf wonen.

vrijdag 10 oktober 2014

Op kamers

We komen er de afgelopen tijd, en onontkoombaar de komende twee jaar, niet aan onderuit. Na zes jaar zwoegen zullen zoveel mogelijk van ons, als het goed is,  dan eindelijk dat papiertje in handen krijgen waar het allemaal om draait. Hierna mogen we genieten van een welverdiende, lange vakantie. Maar wat daarna? Kies je voor een tussenjaar, wil je onmiddellijk aan de slag, of kies je voor een vervolgstudie? In het laatste geval, zijn er ontzettend veel universiteiten waar je kan gaan studeren. De uiteindelijke studiekeus hangt af van een enorm aantal factoren. Hierbij komt een belangrijke afweging kijken. Kies je voor iedere dag op en neer pendelen tussen het ouderlijk huis en je universiteit, of ga je op kamers en duik je het studentenleven in?

Dit wordt door velen als een lastige beslissing ervaren. Aangezien op kamers gaan nogal wat kosten met zich meebrengt, verhoogt het in de meestal gevallen de studieschuld aanzienlijk. Al helemaal ten tijde van de huidige financiële situatie en andere bijkomstigheden, waaronder de hoogstwaarschijnlijke afschaffing van de studiebeurs.

Toch kiest volgens onderzoek het overgrote deel van de studenten die een universitaire studie gaan doen, ondanks de financiële gevolgen, toch voor het zelfstandig wonen. Wat trekt hen?

In eerste plaats heeft uitwonen over het algemeen praktisch nut. Zo heeft een uitwonende student stukken minder reistijd. Tijd die anders in volle treinen verloren zou gaan, kan worden besteed aan bijvoorbeeld schoolwerk of een bijbaan. Ook wordt het studentenleven door velen ervaren als een periode waar je de rest van je leven op terug zal kijken. Hierbij worden onder andere het uitgaansleven en studentenverenigingen bedoeld: iets waar je niet optimaal aan mee kan doen als je dagelijks anderhalf uur voor colleges en dergelijke op en neer moet reizen.

Ook een grote trigger voor jongvolwassenen is de vrijheid. Als je op jezelf woont, is er niemand meer die jou erop wijst dat je iets moet gaan doen waar je geen zin in hebt, of dat het slimmer is om zaterdagavond toch maar te gaan blokken in plaats van een avondje stappen met je vrienden. Je woont niet meer thuis bij papa en mama en je zal dus zelf hierin keuzes moeten leren maken, ook op het gebied van geld. Dat is iets heel natuurlijks. Het is immers in principe niet de bedoeling om  voor de rest van je leven financieel en mentaal afhankelijk te blijven van je ouders. Veel adolescenten willen ook graag het huis uit en zijn er dan ook nieuwsgierig naar hoe het is om op eigen benen te staan. Maar dit zal zeker in het begin wel even wennen zijn.

De zelfstandigheid van het op jezelf wonen kan zowel een voordeel als een nadeel zijn. Het voor jezelf leren zorgen en jezelf onderhouden is een heel belangrijke stap in het proces naar volwassenheid. Maar helaas is deze stap niet gratis. De prijzen voor studentenkamers zijn vaak, doordat er veel vraag naar is en te weinig aanbod, ontzettend hoog. Aan een fatsoenlijke kamer ben je al gauw zo’n 350 euro kwijt aan maandelijkse huur. Volgens onderzoek van vorig jaar ligt deze prijs zelfs gemiddeld rond de 415 euro. Geen kleine bedragen dus. Hier komen dan nog andere vaste lasten bij, zoals gas-, water-, en elektrakosten. Natuurlijk krijgen uitwonende  studenten een maandelijkse beurs, maar deze is lang niet groot genoeg om alle kosten te dekken. 

Maar deze zelfstandigheid van een uitwonende houdt zeker niet op na enkel de kosten. De student zal zichzelf moeten verzorgen en normale huishoudelijke taken, zoals koken en schoonmaken, allemaal zelf moeten verrichten. En je kan, in veel gevallen bij uitwonende studenten, niet zomaar even bij papa en mama aankloppen om hulp. Veel dingen die wij als scholieren nu nog als vanzelfsprekend zien, simpele dingen als boodschappen doen en wassen, zullen we zelf moeten gaan doen. Maar ook ingewikkeldere financiële kwesties 
moeten zelfstandig opgelost worden.

Toch houdt dit de meeste jongeren niet tegen. Ze genieten van het proces naar volwassenheid, kijken en uit naar het studentenleven en verkiezen de voordelen van de zelfstandigheid boven de nadelen ervan.  Voor veel studenten wegen de financiële gevolgen dus toch op tegen de voordelen van het op jezelf wonen.


donderdag 18 september 2014

Opdracht 'drogredenen'

Sinds 1 januari 2014 is het officieel verboden voor jongeren onder de 18 om alcoholische drank te nuttigen. Vanzelfsprekend geldt deze wet ook voor schoolfeesten en het alcoholbeleid hiervan. Nu moet ik heel eerlijk bekennen, het enige gevolg dat ik merk van deze nieuwe regeling, is dat er nu stiekem gedronken wordt. En lang niet alleen licht-alcoholische drankjes. Iedereen weet dat jongeren toch wel op de een of andere manier aan drank kunnen komen. Er wordt nu volop ingedronken, drank verstopt op school, in kledingstukken, in kluisjes, noem maar op. Maatregelen hiertegen zijn tot nog toe zonder resultaat. Het probleem hiervan is dat de hoeveelheid die jongeren aan alcohol binnen krijgen op een schoolfeest niet meer te controleren is, met alle gevolgen van dien. Hoewel het misschien iets lastiger is om drank te krijgen, het gewenste effect van geen alcohol meer op schoolfeesten is verre van bereikt. Licht-alcoholische drank richt, in beperkte hoeveelheden, weinig schade aan, maar gaat zeker dit nieuwe probleem tegen.  Hierom ben ik van mening dat licht-alcoholische drankjes niet verboden zouden moeten zijn op schoolfeesten. 

zaterdag 3 mei 2014

Recensie ‘Girl With A Pearl Earring’

Klopt de gegeven omschrijving ‘A Jewel of a novel’?

Volgens de Engelse krant Time wel. Ook door vele anderen wordt het Engelstalige boek, geschreven door Tracy Chevalier, omschreven als een schitterende klassieker. Nu wekten deze zeer positieve eerdere recensies van het boek natuurlijk meteen mijn interesse, maar het was nog maar de vraag of ik er zelf even enthousiast over zou zijn.

Dit ben ik absoluut. Het boek is naar mijn mening geweldig geschreven, vanuit het ik-persoonperspectief. De ik-persoon is in dit verhaal een jong meisje, dat (als ze zestien jaar oud wordt) in dienst gaat bij de tegenwoordig wereldberoemde kunstschilder Johannes Vermeer. Wat het boek uniek maakt, is dat de verhaallijn op feiten gebaseerd is, terwijl deze fictief is. Hoewel de schrijfster het meisje Griet zelf verzonnen heeft, is ze perfect en gedetailleerd in het verhaal gevlochten. Ook vind ik het erg knap hoe de schrijfster zoveel sympathie weet op te wekken voor de hoofdpersonage, omdat het boek in een andere tijd geschreven is. De hoofdpersonage maakt namelijk dingen mee die ik hoogstwaarschijnlijk nooit zal meemaken. Hierdoor kon ik me persoonlijk bij een aantal dingen niet echt een voorstelling maken. Zo moet Griet bijvoorbeeld, nadat haar vader een ernstig ongeluk heeft, onmiddellijk zelf gaan werken om het gezin draaiende te houden en verliest ze haar zusje bij een griepepidemie. Bij dit soort dingen kan ik me moeilijker inleven, maar toch weet de schrijfster het zelfs dan een aannemelijk scenario te maken.

Wat ik wel jammer vind aan het boek, is dat er weinig humor zit verweven in het verhaal. Persoonlijk houd ik veel van humoristische opmerkingen van personages of een grappige schrijfstijl. Toch vind ik het niet zo erg dat het boek serieuzer is geschreven: het verrassende plot maakt namelijk al veel goed. Griet wordt beschreven als een heel intelligent meisje en vrij introvert, maar ik weet niet zo goed of dat aan haar persoonlijkheid ligt of aan de tijdsperiode.

Vermeers originele schilderij
'Het Meisje met de Parel',
verweven in het boek als Griet
Het verhaal is geschreven in een tijdsperiode vanaf 1664 tot 1676 in Delft. Wat het verhaal spannend maakt, is de band tussen de familieleden van het huishouden waar Griet terechtkomt en hun houding naar Griet toe. Zo blijkt bijvoorbeeld in de loop van het verhaal dat Vermeer op zijn eigen excentrieke manier geïnteresseerd is in haar, hoewel ze zelf ook niet zo goed begrijpt of dat is omdat hij haar graag wil schilderen of dat het echt oprechte interesse is.  Naar het einde van het verhaal toe besluit Vermeer haar toch te willen schilderen. Er wordt nauwkeurig beschreven hoe Griet van huishoudster in een ware tweede hand van Vermeer veranderd, tot afgrijzen van de rest van het gezin. Deze gedetailleerd weergegeven spanningen binnen het gezin maken het boek heel interessant. 

Naar mijn mening is het boek dus zeker een aanrader. De schrijfstijl is (afgezien van het feit dat er nauwelijks humor in verwerkt is) heel leuk en leest vlot door. Ook zijn de personages van het verhaal goed en doorgrond weergegeven, iets wat naar mijn mening heel belangrijk is. Het boek is dus wel degelijk een pareltje.