woensdag 13 mei 2015

Taalverwerving beschouwing 

Mensen zijn een onderscheidende diersoort. Niet door hun sociale instinct, dat ook primaten en sommige andere diersoorten vertonen, maar door het vermogen om iets complexs als een taal te beheersen. Enkel de mens heeft genoeg cognitief vermogen om een uitgebreide grammatica te kennen en deze toe te passen in lange, ingewikkelde zinnen. Maar hoe is het mogelijk dat een taal, bewust of onbewust, wordt doorgegeven aan volgende generaties? En dat terwijl kleine kinderen nog helemaal geen weet hebben van het bestaan van grammatica en andere regels, en hun intelligentie nog verre van ontwikkeld is? Hierover bestaan verschillende theorieën, die ik hieronder zal bespreken.

Taalkundige Noam Chomsky is van mening dat een kind wel een aangeboren aanleg moet hebben voor taal, omdat een taal zo ingewikkeld is. Hij stelt dat deze aangeboren aanleg ervoor zorgt dat kinderen zo snel een moedertaal leren zonder blijvende fouten te maken. Chomsky noemt dit vermogen de Universele Grammatica. Hij gaat ervan uit dat de basisgrammatica voor alle talen hetzelfde is: de principes. Principes liggen vast en zijn aangeboren. Parameters daarentegen zijn niet aangeboren en verschillen per taal.

Tomasello, Amerikaans psycholoog, heeft een andere theorie. Hij is volledig tegen het idee dat kinderen een aangeboren grammatica bezitten. Volgens hem verwerven kinderen een taal, doordat zij er van jongs af aan in contact worden gebracht. In zijn theorie gaat hij ervan uit dat kinderen niet eerst woorden leren en daarna de grammatica langzaamaan gaan beheersen, maar alles leren door elkaar. Dit vormt het brabbeltaaltje dat we allemaal wel kennen van jongere kinderen uit onze omgeving. Tomasello’s theorie is gebaseerd op het feit dat mensen het ingebouwde vermogen hebben andere mensen te begrijpen. Dit zou zelfs al vanaf een leeftijd van negen maanden het geval zijn. Kinderen ontwikkelen dan het vermogen om de bedoelingen van hun omgeving te begrijpen.

Verder bestaat er een optimaliteitstheorie, opgesteld door Alan Prince en Paul Smolensky. Zij gaan ervan uit dat een taal ‘zacht’ is, en dat sommige taal-gerelateerde regels dus belangrijker zijn dan andere. Als de regels elkaar overlappen, wordt gekozen voor de ‘sterkere’.

De neurale-netwerk theorieën gaan ervan uit dat kinderen een taal leren door het toepassen van algemenere cognitieve principes. Des te vaker iets herhaald wordt, des te sterker de verbinding tussen de neuronen en des te beter het kind een woord of een bepaalde zinsstructuur zal onthouden.

Er zijn dus verschillende meningen en theorieën over het verwerven van een moedertaal op jonge leeftijd. Alle theorieën zijn in mijn ogen aannemelijk en bezitten een kern van waarheid. Helaas kan ik dus niet concluderen welke theorie over taalverwerving nou de juiste is. Wat in ieder geval wel vast staat: de hersenen van een kind zijn een wonderlijk iets.

Bronnen:


http://www.kennislink.nl/publicaties/waarom-praten-apen-niet-net-als-mensen
Module Taalkunde, 'Taalverwerving' 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten