dinsdag 29 oktober 2013

INTERNATIONALISERING NAAR AMERIKA

America, here we came!

Afgelopen twee weken heb ik deelgenomen aan de uitwisseling naar Amerika. In dit verslag vertel ik jullie wat over de voorbereiding, een samenvatting van wat we gedaan hebben en een persoonlijke terugblik.

VOORBEREIDING
Voor mij was het, zodra ik gehoord had van de uitwisseling naar Amerika, vrijwel onmiddellijk duidelijk dat ik graag deel wilde nemen aan deze reis. Mijn ouders hadden geen enkel bezwaar, maar (toen ze hoorden wat voor prijskaartje er aan de reis hing) was de voorwaarde wel dat ik de reis zelf zou betalen. Omdat deze uitwisseling me zo’n geweldige ervaring leek, heb ik ervoor gekozen om te gaan werken en geld opzij te zetten.
De weken voor de uitwisseling waren vrij stressvol. Leraren wisten dat heel veel leerlingen weg zouden zijn en wilden toch nog hun stof behandeld en getoetst hebben. Hierdoor hebben we, naar mijn mening, veel te weinig tijd gehad om ons op de reis te verheugen/voor te bereiden.

SAMENVATTING UITWISSELING
Het was dan wel even bikkelen, maar omdat we zo hard ons best hadden gedaan om vooruit te werken, hoefde niemand schoolboeken of huiswerk meenemen naar Amerika. Het was voor mijn vriendin Emma Smit en mij de eerste keer vliegen, de eerste keer voor twee weken van huis, de eerste keer buiten ons eigen continent, de eerste keer in Amerika, de eerste keer in New York City enzovoorts. Dit was dus een nogal nieuwe ervaring.
Ik moet zeggen dat ik in het begin best wel nerveus was over het gastgezin. Emma en ik wisten al voor de zomervakantie met wie we uitgewisseld werden en we konden het heel goed met hen vinden,  maar toch was het even spannend, omdat je toch voor twee weken bij hen thuis zouden verblijven. Gelukkig was het gastgezin ontzettend lief en gastvrij, hebben we leuke dingen ondernomen en een hechte band gekregen. Onze uitwisselingen waren een tweeling en namen beiden deel aan het uitwisselingsproject. Dit maakte het een stuk minder spannend, omdat (ook als het gezin tegen zou vallen) we altijd elkaar nog zouden hebben.
Na vijf dagen bij je gastgezin te zijn verbleven, vertrokken we naar New York City voor (jammer genoeg) maar twee dagen. Wat we in die twee dagen gedaan hebben, was echt abnormaal. Hierbij een lijstje van dingen die we in twee dagen gezien/gedaan hebben:
Grand Central Station, Empire State Building, Macy’s, Broadway, Times Square, Hersey’s, M&M’s world, Forever21, Ellen’s Stardust Dining, de interactieve musical Spiderman op Broadway, Statue of Liberty, Ground Zero, Central Park, Rockefeller Centrum en het Museum of National History.
Na deze twee indrukwekkende dagen hebben we nog een enorm leuke tijd gehad terug bij het gastgezin in Whately.  

TERUGBLIK
Ondanks dat ik pas drie dagen terug ben, verlang ik er nu alweer naar om terug te gaan naar Amerika. Ik mis niet alleen Amerika zelf, maar ook de mensen. Omdat we twee weken bij ons gastgezin verbleven hebben we echt een band gekregen. Het afscheid was dan ook heel emotioneel. Dit kwam vooral omdat we de familie van onze uitwisselingen, die twee weken lang zo gastvrij en vriendelijk zijn geweest, waarschijnlijk nooit meer terugzien. We willen ze hier graag voor bedanken en eigenlijk de enige manier daarvoor is om onze uitwisselingen Marissa en Kristen hier in Nederland hetzelfde te laten ervaren.



woensdag 25 september 2013

Ontlezing

Na de betoog van Martin Slagter in 'de Volkskrant' gelezen te hebben, wil ik erg graag mijn reactie geven hierop. Deheer Slagter beschrijft in dit artikel zijn opinie over de 'ontlezing': er wordt minder hoogwaardige literatuur in Nederland gelezen. Hiervoor geeft hij verschillende redenen. Er wordt volgens Slagter niet gedisciplineerd genoeg les gegeven, zodat de leerlingen later als student niet de concentratie op kunnen brengen om zich in een tekst te verdiepen.
Ten eerste vind ik dat deheer Slagter het probleem nogal dramatiseert. Ikzelf ga naar een vwo-school  en krijg regelmatig wat complexere teksten voorgeschoteld. Ook wordt schrijf- en leesvaardigheid regelmatig getraind en getoetst. Dit gebeurt, naar mijn weten, gewoon al vanaf de basisschool.
Ten tweede ben ik het niet eens met uitspraken als "Jongeren lezen geen boeken meer". Deheer Slagter generaliseert hier alle jongeren van Nederland en beschuldigt ze van het niet lezen van boeken. Volgens mij is dit een nogal overdreven uitspraak.
Natuurlijk heeft de concurrerende tijdsbesteding, namelijk media, invloed op het leesgedrag van (met name) jongeren. Maar met het standpunt dat jongeren niet fatsoenlijk meer een ingewikkelde tekst kunnen lezen, ben ik het zeker niet eens.

donderdag 13 juni 2013


REACTIE LERARENTEKORT
In de vorige editie van het NRC Handelsblad las ik het choquerende verhaal van Casper Horsch. Ook ik had al bedacht dat de kwaliteit van docenten op middelbare scholen verslechtert, maar ik was tot nog toe nog niet geconfronteerd met harde getallen.
De oplossing van de Nederlandse regering om het beroep leraar aantrekkelijker te maken door bonussen, vind ik heel triest. Hiermee wordt alleen nog maar meer de ‘luie’ houding voor de aankomende leraren versterkt: geen hoge eisen, naar verhouding veel vakantie en lekker verdienen. In die zin ben ik het zeker eens met Casper Horsch. Maar aan de andere kant, ben ik het ook niet eens met zijn oplossing om alleen de top van de top te laten doceren. Natuurlijk is het goed als een leraar geen zesjesmentaliteit heeft, maar ik denk niet dat het lerarentekort in Nederland hierdoor oplost wordt. Integendeel, ik denk zelfs dat het tekort nog veel groter wordt. De kwaliteit van de leraren zal er zeker op vooruitgaan, maar ik denk niet dat dat nut heeft als het lerarentekort nog meer toeneemt. Eigenlijk duidt Casper Horsch op een minirevolutie: het aanzien van het beroep leraar moet, volgens zijn theorie,  toenemen. Ik denk niet dat dit in het leven geroepen kan worden door alleen topacademici te laten doceren. Het lerarentekort heeft, naar mijn mening, geen kant en klare oplossing.
Natuurlijk moet er iets veranderen. En snel. Want als het niveau van docenten blijft dalen, dalen ook de resultaten van hun leerlingen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel: het land wordt minder slim. Leraren moeten hoog opgeleid zijn, respect afdwingen, sociaal zijn. Mensen met deze eigenschappen zijn in staat een klas te motiveren en aan te zetten tot het behalen van goede resultaten. Zij kunnen het probleem oplossen. Niet de regering met een geldbonus, niet Casper Horsch met het Finse model.

Anniek van Boekel, leerlinge Gymnasium Camphusianum te Gorinchem

maandag 13 mei 2013


‘Het is net als televisie kijken’

 

De afspraak
Maandagmiddag, 13 mei, half 4. Mijn afspraak met de dierenarts. Een beetje onzeker loop ik de dierenpraktijk Lek en Linge binnen. Aan de balie wordt gemeld dat ik even kan plaatsnemen in de wachtruimte. Van achter in de praktijk hoor ik gelach. ‘Momentje hoor’, zegt iemand, ‘even een interviewtje geven’. Dat klinkt professioneel. Ik word er opslag zenuwachtig van. Veel tijd daarvoor had ik niet, want een deur van een spreekkamer gaat open en er komen twee vrouwelijke artsen op me af lopen. Dierenarts N. de Beus (49 jaar) en laatstejaars student E. Susilo (38 jaar). Ik bedank ze alvast en we nemen plaats in een spreekkamer.

Variatie
We beginnen het gesprek met hoe ze erop gekomen zijn om dierenarts te worden. Susilo: ‘Eigenlijk ben ik architect, maar ik heb een hele carrièrecrisis meegemaakt. Ik heb twee keer goed nagedacht over wat ik voor beroep wilde uitoefenen voor de rest van mijn leven. Uiteindelijk kwam ik terecht bij dierengeneeskunde. Ik heb gekozen om met dieren te werken in plaats van met mensen, vanwege de variatie. Er wordt niet één soort behandeld, maar meerdere. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om me te specialiseren in gezelschapsdieren. Dit heb ik gedaan omdat de specialisatie gezelschapsdieren curatief is. Dat wil zeggen dat het uitgangspunt is een dier te genezen. Bij landbouwdieren is dit anders, dat is meer preventief. Het gaat er dan voornamelijk om, om te voorkomen dat een dier ziek wordt.’ De Beus: ‘Over variatie gesproken, afgelopen vrijdag nog, kwam er iemand de praktijk binnen met een vliegende eekhoorn. Dan moeten wij ook in de boeken gaan opzoeken wat normaal is en wat we kunnen geven om het dier te genezen. Maar dat maakt het wel heel erg leuk.’
 Studie
‘Welke studie moet je volgen om dierenarts te worden?’, vraag ik. Susilo: ‘De algemene studie dierengeneeskunde duurt 6 jaar. Maar dan moet je wel het geluk hebben niet uitgeloot te worden en alle examens in een keer te halen. Dit geldt ook voor de mogelijke specialisatiestudie, die nog eens 4 jaar duurt. Maar dit is in ieder land anders. Binnenkort ga ik een maand naar het buitenland, Canada. Daarna kom ik waarschijnlijk hier werken.’ ‘Dat is voor mij al vijfentwintig jaar geleden’, lacht De Beus. Ik heb eerst twee jaar stage gelopen door heel Nederland. Daarna ben ik in Vlaardingen in een kleine-huisdierenpraktijk aangenomen. Daar heb ik ongeveer vier jaar in loondienst gewerkt. Daarna ben ik hier terechtgekomen.’ Als ik vraag of ze hiervoor nog andere beroepen heeft uitgeoefend, antwoordde De Beus: ‘Tijdens die twee jaar stage heb ik ook een tijdje grote-huisdieren behandeld. Maar daarbij mocht ik alleen maar bloedprikken en inenten, omdat ik een vrouw was. Toen werd het voor mij wel heel snel duidelijk dat ik graag kleine-huisdieren wilde behandelen. Dat bevalt me nu nog steeds heel goed. Het leukste van dit vak vind ik, net zoals mijn bijna-collega, de variatie. We mogen alles doen: foto’s maken, opereren, bloedprikken, alles wat je maar kan bedenken.’
 Voor- en nadelen
Susilo: ‘ Wat ik ook heel leuk vind, is het contact met de eigenaren. Het is net als televisie kijken. Elke keer heb je te maken met een ander soort eigenaar. De een is leuk en gezellig, terwijl de ander chagrijnig of kribbig kan zijn.’ De Beus: ‘Wat ik alleen minder leuk vind, is dat de laatste jaren mensen heel veel kritiek hebben op dierenartsen. Alsof we iets opzettelijk fout doen. Mensen hebben soms niet in de gaten dat er veel meer dingen meespelen. Een beetje een ‘ja, maar dan geef je toch gewoon een prikje en dan is het toch over’ instelling. Maar zo werkt het nou eenmaal niet.’ Als ik haar vraag waarom ze het heeft over ‘de laatste jaren’, antwoordt De Beus: ‘Mensen denken de laatste tijd dat ze alles zelf kunnen opzoeken. Ze gaan eerst op internet zoeken. Soms klopt die informatie wel, maar ze vergeten vaak dat er veel meer dingen meespelen bij een ziekte. Ook is het zo dat iedereen zomaar dingen op internet kan zetten, ook als dit onwaar is. Soms is het dan erg lastig om uit te leggen dat het om iets anders gaat. Dan hebben ze moeite mee om dat te accepteren, omdat ze er al vanuit gaan dat ze het weten. Sommige eigenaren zijn heel begripvol, maar daar zitten natuurlijk gradaties in. Er zijn ook mensen die te eigenwijs zijn om dan aan te nemen dat het om iets anders gaat.’ Als ik reageer dat iets als inslapen, of een eigenaar overtuigen van inslapen, mij heel moeilijk lijkt, reageert De Beus dat dit over het algemeen meevalt. ‘Ik laat namelijk alleen een dier inslapen als ik het er zelf mee eens ben, dus ik kan dan ook goed uitleggen waarom ik het reëel vind om een dier in te laten slapen. Als het niet nodig is, doe ik het ook volstrekt niet.’
 Crisis
‘Merkt u, als dierenarts, iets van de crisis?’, vraag ik. ‘Ja’, antwoordde De Beus, ‘helaas wel. Mensen zeggen sneller dat ze een operatie niet meer kunnen betalen. Dat vind ik wel heel sneu, omdat wij het dier technisch gezien wel kunnen genezen, maar dat de operatie gewoonweg te duur is.’
 Ander beroep
‘Als u voor een dag een ander beroep zou moeten uitoefenen, wat zou dit dan zijn?’ ‘Dan toch geneeskunde’, antwoorden beide dierenartsen in koor. Als ik hen vraag wat voor arts dan precies, reageren ze alle twee dat huisarts hun wel een interessant beroep lijkt. ‘Als ik dat uithoud’, zei Susilo. ‘Wij zijn namelijk meer gewend om te handelen. Een huisarts is een soort van psycholoog, die stuurt alleen mensen door. Wij zijn gewend om dingen te doen en te onderzoeken met onze handen. Dat moeten we wel, want dieren kunnen niet praten. We gebruiken echt alle zintuigen om een dier te onderzoeken. Kijken, ruiken, voelen, horen…’ ‘Proeven’, voeg ik er automatisch aan toe. ‘Nee, dat dan weer net niet’, antwoordt De Beus lachend.
 

 

 

 

 

donderdag 21 februari 2013


A. van Boekel
Lyriekstraat 29
4207 TP Gorinchem 
 
Hamster bv,
t.a.v. Dhr. M. Woudstra
Oude Gracht 31
2011 GL Haarlem
 
20 februari 2013  
Betreft: klacht schaatsen Hamster bv


Geachte heer Woudstra,

In november kocht ik bij uw buitensportwinkel Hamster bv een paar schaatsen van het merk Kootstra. Deze schaatsen kostten mij 125 euro, terwijl ik in oktober een afgeprijsd paar van 100 euro had besteld in mijn maat. Doordat uw winkel vergat de bestelling tijdig door te geven, was ik genoodzaakt een duurder paar te kopen.

Toen ik deze schaatsen zonder korting bij de eerste training aantrok, ging de veterbevestiging van de linker schaats kapot. Hamster bv beloofde mij de schaatsen te repareren, maar ik vond het genoeg en wilde graag mijn geld terug. De verkoper weigerde dit echter. In de plaats kreeg ik een tegoedbon die ik binnen twee maanden in uw buitensportwinkel moet besteden.

Ik zou het zeer op prijs stellen als de winkel aan mijn wens tegemoet zou komen en mij mijn geld terug zou geven.

Graag hoor ik spoedig van u.

Hoogachtend,

Anniek van Boekel
 
 

donderdag 31 januari 2013


Schrijfopdracht 2 periode 2, betoog

USING DRUGS SUCKS.

Drugs gebruiken voor een avondje uit, dat doen toch wel meer mensen? Maar is dat wel zo onschuldig als het lijkt?

Zoals algemeen bekend is, zijn drugs erg schadelijk voor de gezondheid van mensen, zowel geestelijk als lichamelijk. Ik heb het onderwerp drugs verder uitgediept en ben erachter gekomen hoe slecht drugs eigenlijk zijn. Ik hoop jullie met deze tekst goed te informeren en jullie te behoeden voor de gevaren van drugs.
Er zijn heel veel verschillende soorten drugs. De werking van drugs kan worden ingedeeld in drie verschillende groepen. Zo kunnen drugs je oppeppen, je in een droomwereld brengen en je verdoven. Op lange termijn hebben alle drie de soorten heel negatieve invloed op de fysieke gezondheid van mensen. Drugs gebruiken geeft veel problemen. Ik zal ze op een rijtje zetten.
-         Drugs gebruiken houdt over het algemeen een ernstige verslaving in. Voornamelijk bij hard drugs is de kans op een verslaving erg groot.

-         Drugs zijn over het algemeen erg duur. Zeker als mensen al langere tijd verslaafd zijn, want bij de meeste drugs is er een steeds grotere hoeveelheid nodig voor hetzelfde effect. Als al het geld om nieuwe drugs te kopen op is, moeten verslaafden bezittingen gaan verkopen. Of proberen ze dingen te stelen, om zo aan genoeg geld voor een shot te komen. Er zijn ook voorbeelden bekend van verslaafden die hun familie voorlogen, door te zeggen dat ze wilden stoppen met drugs en dat ze naar een afkickkliniek wilden, maar dat ze hier geld voor nodig hadden. In werkelijkheid kochten ze van dit geld dan drugs. Verslaafden plaatsen hun verslaving op nummer één. Dingen als vrienden, werk en familie vinden ze niet belangrijk meer.
 
-         Drugs zijn moeilijk te doseren. In veel drugs zitten extra stoffen met een onvoorspelbare of gevaarlijke werking. Als er teveel drugs worden geconsumeerd dan een lichaam aankan, ga je out. Dit betekent dat je door overdosis aan drugs in een coma/bewusteloos raakt. Het aantal jongeren dat out  in een ziekenhuis wordt opgenomen, stijgt de afgelopen jaren schrikwekkend.

-         Als het voor de verslaafde zelf ook duidelijk is geworden dat het zo echt niet langer meer kan en hij of zij zelf ook wil afkicken, gaat hij naar een afkickkliniek. Hier proberen hulpverleners en therapeuten mensen door deze moeilijke afkickperiode heen te helpen. Vaak komen hier ook depressies bij kijken. Ook krijgen mensen ernstige lichamelijke klachten. Dit komt doordat hun lichaam gewend is aan de aanwezigheid van een bepaalde stof in het bloed, wat er plotseling niet meer is. Het lichaam functioneert niet goed meer zonder die stof. Het duurt enkele maanden tot een paar jaar om geestelijk en lichamelijk écht van een verslaving af te komen.

Voor sommige mensen zijn deze punten toch niet duidelijk genoeg om niet met drugs te beginnen. Ze geven als reden voor het gebruik dat ze het lekker vinden om alles even te vergeten. Hier zijn veel reacties op te geven. Als het gaat om een keer uitgaan in een half jaar en dan één XTC pil te slikken, zullen er geen ernstige gevolgen zijn. Gebeurt dit echter wekelijks en in combinatie met grote hoeveelheden alcohol, wordt het levensgevaarlijk.

Met andere woorden, met drugs kan je beter niet beginnen. Zeker op lange termijn zorgt het enkel voor problemen.

donderdag 17 januari 2013


Periode 2, opdracht 4 -> Nieuwsbericht

Onderwerp C

SCHOOLFEESTEN MET/ZONDER ALCOHOL?

KERSTGALA CAMPHUSIANUM 2013

Op 21 december 2012, de datum waarop volgens de Maya’s de wereld zou vergaan, is er op middelbare school ‘Gymnasium Camphusianum’ een spectaculair schoolfeest gehouden. De opbrengst van het feest is geschonken aan ‘Serious Request’, een actie die dit jaar als doel had een verschil te maken in de strijd tegen babysterfte. De schoolfeesten van het Camphusianum worden georganiseerd door de GGC, de feestcommissie, bestaande uit leerlingen van de school.

Verloop van het schoolfeest

Vanaf negen uur stroomden de vijfhonderd scholieren en hun introducés binnen, volgens de voorgeschreven kledingstijl: mannen in pak en vrouwen in galajurken.  Bij binnenkomst werden de feestgangers geacht zich te identificeren en hun toegangskaarten af te staan. Jassen en tassen konden voor vijftig eurocent opgehangen worden in de garderobe.    

Hierna kon het feest echt beginnen. Door de muziek van professionele diskjockeys (DJ Jan en Oakmadness) en door het debuutoptreden van een schoolband bestaande uit zesdeklassers  gingen de feestgangers helemaal los. Met muntjes kon er iets te drinken of te snoepen worden gekocht. Ook konden er in een klaslokaal, omgebouwd tot fotostudio, professionele foto’s gemaakt worden.
Om één uur ’s nachts was het feest weer afgelopen. Doordat het enorm druk was bij de garderobe, ging deze open voor iedereen zodat iedereen zijn of haar eigen spullen kon pakken.

Drank

Op eerdere schoolfeesten van het Camphusianum werd er niet goed gelet op de hoeveelheid alcohol die geconsumeerd werd. Hierdoor ontstonden soms problemen. Daarom zijn er, sinds het begin van schooljaar 2011-2012, nieuwe regels ingevoerd om de alcoholconsumptie en het aantal dronken jongeren te beperken.  Zo  worden de deuren om half elf gesloten om te voorkomen dat er ingedronken wordt. Als jongeren er aangeschoten uit zien, wordt er een blaastest afgenomen. Bij een positieve uitslag van de test worden ze niet binnen gelaten. Ook is men met alcoholmuntjes gaan werken: iedere leerling van 16 jaar of ouder mag maximaal twee alcoholmuntjes kopen. Hiermee voorkomt men dus dat de feestgangers echt dronken kunnen worden.

Maar door de nieuwe alcoholwetgeving zal er op de komende schoolfeesten geen alcohol meer kunnen worden gedronken. Deze nieuwe wetgeving, ingegaan op 1 januari 2013, houdt in dat er geen alcohol mag worden geschonken aan jongeren onder de achttien jaar.