maandag 27 oktober 2014

Ontwikkeling in de ontwikkelingshulp


Keer op keer in de politieke wereld weer een geducht probleem. Zeker de afgelopen periode, nu er door de beruchte economische crisis nóg meer bezuinigd moet gaan worden. Hierbij is het elke keer weer hetzelfde beleidsprobleem: wil Nederland nog geld uitgeven aan ontwikkelingshulp, en zo ja, op welke manier wordt dit bedrag dan besteed? Het is duidelijk dat het overgrote deel hiervan niet optimaal gebruikt wordt. In het ergste geval komt het zelfs terecht in de zakken van corrupte ambtenaren of politici. In ieder geval niet bij de mensen die daadwerkelijk hulp nodig hebben.

Uit recent onderzoek is zelfs gebleken dat landen die de afgelopen decennia geen financiële bijstand hebben gekregen, een veel grotere economische vooruitgang hebben geboekt dan landen die wel gesteund worden. En van bekendere hulporganisaties is het een volksgeheim dat een groot deel van de inkomsten gebruikt wordt om het eigen bedrijf in stand te houden. Dit zijn geen subjectieve argumenten, dit zijn feiten. Hierom vind ik dat er iets gedaan moet worden aan de manier waarop de ontwikkelingshulp op dit moment georganiseerd is.

In de afgelopen vijfentwintig jaar heeft Nederland ruim 800 miljard euro uitgegeven aan ontwikkelingshulp. Met enkel deze Nederlandse bijdrage, had Nederland de volledige wereldbevolking van een goed paar schoenen kunnen voorzien of, ter illustratie, 5 miljoen scholen in onderontwikkelde landen kunnen bouwen. Je zou dus verwachten dat dit absurd hoge bedrag de wereld wel degelijk een stukje mooier heeft gemaakt en een hoop levens dusdanig verbeterd heeft, dat de gemiddelde levensverwachting omhoog zou vliegen. Dit is niet het geval.

“Maar waar zijn al die zuurverdiende centen dan voor gebruikt?” vraagt een weldenkend mens zich nu af. Nou, die zijn voornamelijk gebruikt voor het volgende: het onderhouden van particuliere portemonnees. Hiermee bedoel ik niet te zeggen dat al het geld dat naar ontwikkelingslanden gaat, stiekem wordt weggesluisd. Helaas gebeurt dit wel met een veel te groot deel van het jaarlijkse bedrag. Ik kan het natuurlijk mis hebben, maar dit voldoet volgens mij niet helemaal aan het idee van liefdadigheid en het verbeteren van mensenlevens. Na jarenlange investeringen, zijn er nog steeds nauwelijks resultaten zichtbaar. Is dit niet zonde van het belastinggeld?

Nu kan je dit ook anders zien. Waarom is in Nederland bijvoorbeeld defensie ook zo’n enorme kostenpost? Lost dit nou ook daadwerkelijk iets op? Maakt dat de wereld beter? Is dat wel de torenhoge bedragen waard? Hierover heeft iedereen een eigen mening en dat moet gerespecteerd worden. Maar ontwikkelingshulp is niet iets wat per se landelijk georganiseerd hoeft te worden. Vrijwillige particuliere giften, gegeven aan kundige, wettelijk gecontroleerde organisaties: ik weet zeker dat we daar veel verder mee komen dan met dit geneuzel. Ontwikkelingslanden worden niet ontwikkelder van de hulp die tot nog toe gegeven is, anders zouden positieve veranderingen al lang en breed waarneembaar zijn. Met  800 miljard had arm Afrika allang een stuk welvarender kunnen zijn.

Ik ben van mening dat als zo’n enorm onderdeel van het Nederlandse budget aan ontwikkelingshulp wordt besteed, dat men er zeker van mag zijn dat het geld dan tenminste wel goed aankomt. Dat er scholen en waterputten voor de in heftige armoede verkerende bevolking worden gemaakt, in plaats van villa’s en weet -ik-niet-waar al het weg gesjoemelde geld naartoe verdwijnt. Het doneren aan onderontwikkelde landen zou een individuele keuze moeten zijn, zeker omdat het systeem zoals het nu in elkaar steekt, gewoonweg niet werkt. Ik denk dat daar een heleboel mensen meeenk dat daarme hulp hard nodig hebben, veel beterle belastingbetalende Nederlandersat het systeem zoals het nu in elkaar steveel beter mee af zijn. Zowel belastingbetalende Nederlanders als mensen die de hulp wel degelijk hard nodig hebben.

vrijdag 17 oktober 2014

HERSCHREVEN VERSIE, OP BASIS VAN COMMENTAAR

Waarom kiest een student voor kamers?

Aangezien op kamers gaan nogal wat kosten met zich meebrengt, verhoogt het in de meestal gevallen de studieschuld aanzienlijk. Al helemaal ten tijde van de huidige financiële situatie en andere bijkomstigheden, waaronder de hoogstwaarschijnlijke afschaffing van de studiebeurs.
Toch kiest volgens onderzoek het overgrote deel van de studenten die een universitaire studie gaan doen, ondanks de financiële gevolgen, toch voor het zelfstandig wonen. Wat trekt hen?
 Praktisch nut
In eerste plaats heeft uitwonen over het algemeen praktisch nut. Zo heeft een uitwonende student stukken minder reistijd. Tijd die anders in volle treinen verloren zou gaan, kan worden besteed aan bijvoorbeeld schoolwerk of een bijbaan. Ook wordt het studentenleven door velen ervaren als een periode waar je de rest van je leven op terug zal kijken. Hierbij worden onder andere het uitgaansleven en studentenverenigingen bedoeld: iets waar je niet optimaal aan mee kan doen als je dagelijks anderhalf uur voor colleges en dergelijke op en neer moet reizen.
 Vrijheid
Ook een grote trigger voor jongvolwassenen is de vrijheid. Als je op jezelf woont, is er niemand meer die jou erop wijst dat je iets moet gaan doen waar je geen zin in hebt, of dat het slimmer is om zaterdagavond toch maar te gaan blokken in plaats van een avondje stappen met je vrienden. Je woont niet meer thuis bij papa en mama en je zal dus zelf hierin keuzes moeten leren maken, ook op het gebied van geld. Dat is iets heel natuurlijks. Het is immers in principe niet de bedoeling om  voor de rest van je leven financieel en mentaal afhankelijk te blijven van je ouders. Veel adolescenten willen ook graag het huis uit en zijn er dan ook nieuwsgierig naar hoe het is om op eigen benen te staan. Maar dit zal zeker in het begin wel even wennen zijn. 
Zelfstandigheid
De zelfstandigheid van het op jezelf wonen kan zowel een voordeel als een nadeel zijn. Het voor jezelf leren zorgen en jezelf onderhouden is een heel belangrijke stap in het proces naar volwassenheid. Maar helaas is deze stap niet gratis. De prijzen voor studentenkamers zijn vaak, doordat er veel vraag naar is en te weinig aanbod, ontzettend hoog. Aan een fatsoenlijke kamer ben je al gauw zo’n 350 euro kwijt aan maandelijkse huur. Volgens onderzoek van vorig jaar ligt deze prijs zelfs gemiddeld rond de 415 euro. Geen kleine bedragen dus. Hier komen dan nog andere vaste lasten bij, zoals gas-, water-, en elektrakosten. Natuurlijk krijgen uitwonende  studenten een maandelijkse beurs, maar deze is lang niet groot genoeg om alle kosten te dekken.  
Kosten
Maar deze zelfstandigheid van een uitwonende houdt zeker niet op na enkel de kosten. De student zal zichzelf moeten verzorgen en normale huishoudelijke taken, zoals koken en schoonmaken, allemaal zelf moeten verrichten. En je kan, in veel gevallen bij uitwonende studenten, niet zomaar even bij papa en mama aankloppen om hulp. Veel dingen die wij als scholieren nu nog als vanzelfsprekend zien, simpele dingen als boodschappen doen en wassen, zullen we zelf moeten gaan doen. Maar ook ingewikkeldere financiële kwesties moeten zelfstandig opgelost worden. 
Toch houdt dit de meeste jongeren niet tegen. Ze genieten van het proces naar volwassenheid, kijken en uit naar het studentenleven en verkiezen de voordelen van de zelfstandigheid boven de nadelen ervan.  Voor veel studenten wegen de financiële gevolgen dus toch op tegen de voordelen van het op jezelf wonen.

vrijdag 10 oktober 2014

Op kamers

We komen er de afgelopen tijd, en onontkoombaar de komende twee jaar, niet aan onderuit. Na zes jaar zwoegen zullen zoveel mogelijk van ons, als het goed is,  dan eindelijk dat papiertje in handen krijgen waar het allemaal om draait. Hierna mogen we genieten van een welverdiende, lange vakantie. Maar wat daarna? Kies je voor een tussenjaar, wil je onmiddellijk aan de slag, of kies je voor een vervolgstudie? In het laatste geval, zijn er ontzettend veel universiteiten waar je kan gaan studeren. De uiteindelijke studiekeus hangt af van een enorm aantal factoren. Hierbij komt een belangrijke afweging kijken. Kies je voor iedere dag op en neer pendelen tussen het ouderlijk huis en je universiteit, of ga je op kamers en duik je het studentenleven in?

Dit wordt door velen als een lastige beslissing ervaren. Aangezien op kamers gaan nogal wat kosten met zich meebrengt, verhoogt het in de meestal gevallen de studieschuld aanzienlijk. Al helemaal ten tijde van de huidige financiële situatie en andere bijkomstigheden, waaronder de hoogstwaarschijnlijke afschaffing van de studiebeurs.

Toch kiest volgens onderzoek het overgrote deel van de studenten die een universitaire studie gaan doen, ondanks de financiële gevolgen, toch voor het zelfstandig wonen. Wat trekt hen?

In eerste plaats heeft uitwonen over het algemeen praktisch nut. Zo heeft een uitwonende student stukken minder reistijd. Tijd die anders in volle treinen verloren zou gaan, kan worden besteed aan bijvoorbeeld schoolwerk of een bijbaan. Ook wordt het studentenleven door velen ervaren als een periode waar je de rest van je leven op terug zal kijken. Hierbij worden onder andere het uitgaansleven en studentenverenigingen bedoeld: iets waar je niet optimaal aan mee kan doen als je dagelijks anderhalf uur voor colleges en dergelijke op en neer moet reizen.

Ook een grote trigger voor jongvolwassenen is de vrijheid. Als je op jezelf woont, is er niemand meer die jou erop wijst dat je iets moet gaan doen waar je geen zin in hebt, of dat het slimmer is om zaterdagavond toch maar te gaan blokken in plaats van een avondje stappen met je vrienden. Je woont niet meer thuis bij papa en mama en je zal dus zelf hierin keuzes moeten leren maken, ook op het gebied van geld. Dat is iets heel natuurlijks. Het is immers in principe niet de bedoeling om  voor de rest van je leven financieel en mentaal afhankelijk te blijven van je ouders. Veel adolescenten willen ook graag het huis uit en zijn er dan ook nieuwsgierig naar hoe het is om op eigen benen te staan. Maar dit zal zeker in het begin wel even wennen zijn.

De zelfstandigheid van het op jezelf wonen kan zowel een voordeel als een nadeel zijn. Het voor jezelf leren zorgen en jezelf onderhouden is een heel belangrijke stap in het proces naar volwassenheid. Maar helaas is deze stap niet gratis. De prijzen voor studentenkamers zijn vaak, doordat er veel vraag naar is en te weinig aanbod, ontzettend hoog. Aan een fatsoenlijke kamer ben je al gauw zo’n 350 euro kwijt aan maandelijkse huur. Volgens onderzoek van vorig jaar ligt deze prijs zelfs gemiddeld rond de 415 euro. Geen kleine bedragen dus. Hier komen dan nog andere vaste lasten bij, zoals gas-, water-, en elektrakosten. Natuurlijk krijgen uitwonende  studenten een maandelijkse beurs, maar deze is lang niet groot genoeg om alle kosten te dekken. 

Maar deze zelfstandigheid van een uitwonende houdt zeker niet op na enkel de kosten. De student zal zichzelf moeten verzorgen en normale huishoudelijke taken, zoals koken en schoonmaken, allemaal zelf moeten verrichten. En je kan, in veel gevallen bij uitwonende studenten, niet zomaar even bij papa en mama aankloppen om hulp. Veel dingen die wij als scholieren nu nog als vanzelfsprekend zien, simpele dingen als boodschappen doen en wassen, zullen we zelf moeten gaan doen. Maar ook ingewikkeldere financiële kwesties 
moeten zelfstandig opgelost worden.

Toch houdt dit de meeste jongeren niet tegen. Ze genieten van het proces naar volwassenheid, kijken en uit naar het studentenleven en verkiezen de voordelen van de zelfstandigheid boven de nadelen ervan.  Voor veel studenten wegen de financiële gevolgen dus toch op tegen de voordelen van het op jezelf wonen.