‘Het is net als televisie kijken’
De afspraak
Maandagmiddag, 13 mei, half 4. Mijn afspraak met de dierenarts. Een beetje onzeker loop ik de dierenpraktijk Lek en Linge binnen. Aan de balie wordt gemeld dat ik even kan plaatsnemen in de wachtruimte. Van achter in de praktijk hoor ik gelach. ‘Momentje hoor’, zegt iemand, ‘even een interviewtje geven’. Dat klinkt professioneel. Ik word er opslag zenuwachtig van. Veel tijd daarvoor had ik niet, want een deur van een spreekkamer gaat open en er komen twee vrouwelijke artsen op me af lopen. Dierenarts N. de Beus (49 jaar) en laatstejaars student E. Susilo (38 jaar). Ik bedank ze alvast en we nemen plaats in een spreekkamer.
Variatie
We beginnen het gesprek met hoe ze erop gekomen zijn om dierenarts te worden. Susilo: ‘Eigenlijk ben ik architect, maar ik heb een hele carrièrecrisis meegemaakt. Ik heb twee keer goed nagedacht over wat ik voor beroep wilde uitoefenen voor de rest van mijn leven. Uiteindelijk kwam ik terecht bij dierengeneeskunde. Ik heb gekozen om met dieren te werken in plaats van met mensen, vanwege de variatie. Er wordt niet één soort behandeld, maar meerdere. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om me te specialiseren in gezelschapsdieren. Dit heb ik gedaan omdat de specialisatie gezelschapsdieren curatief is. Dat wil zeggen dat het uitgangspunt is een dier te genezen. Bij landbouwdieren is dit anders, dat is meer preventief. Het gaat er dan voornamelijk om, om te voorkomen dat een dier ziek wordt.’ De Beus: ‘Over variatie gesproken, afgelopen vrijdag nog, kwam er iemand de praktijk binnen met een vliegende eekhoorn. Dan moeten wij ook in de boeken gaan opzoeken wat normaal is en wat we kunnen geven om het dier te genezen. Maar dat maakt het wel heel erg leuk.’
Maandagmiddag, 13 mei, half 4. Mijn afspraak met de dierenarts. Een beetje onzeker loop ik de dierenpraktijk Lek en Linge binnen. Aan de balie wordt gemeld dat ik even kan plaatsnemen in de wachtruimte. Van achter in de praktijk hoor ik gelach. ‘Momentje hoor’, zegt iemand, ‘even een interviewtje geven’. Dat klinkt professioneel. Ik word er opslag zenuwachtig van. Veel tijd daarvoor had ik niet, want een deur van een spreekkamer gaat open en er komen twee vrouwelijke artsen op me af lopen. Dierenarts N. de Beus (49 jaar) en laatstejaars student E. Susilo (38 jaar). Ik bedank ze alvast en we nemen plaats in een spreekkamer.
Variatie
We beginnen het gesprek met hoe ze erop gekomen zijn om dierenarts te worden. Susilo: ‘Eigenlijk ben ik architect, maar ik heb een hele carrièrecrisis meegemaakt. Ik heb twee keer goed nagedacht over wat ik voor beroep wilde uitoefenen voor de rest van mijn leven. Uiteindelijk kwam ik terecht bij dierengeneeskunde. Ik heb gekozen om met dieren te werken in plaats van met mensen, vanwege de variatie. Er wordt niet één soort behandeld, maar meerdere. Daarnaast heb ik ervoor gekozen om me te specialiseren in gezelschapsdieren. Dit heb ik gedaan omdat de specialisatie gezelschapsdieren curatief is. Dat wil zeggen dat het uitgangspunt is een dier te genezen. Bij landbouwdieren is dit anders, dat is meer preventief. Het gaat er dan voornamelijk om, om te voorkomen dat een dier ziek wordt.’ De Beus: ‘Over variatie gesproken, afgelopen vrijdag nog, kwam er iemand de praktijk binnen met een vliegende eekhoorn. Dan moeten wij ook in de boeken gaan opzoeken wat normaal is en wat we kunnen geven om het dier te genezen. Maar dat maakt het wel heel erg leuk.’
Studie
‘Welke studie moet je volgen om dierenarts te worden?’, vraag ik. Susilo: ‘De algemene studie dierengeneeskunde duurt 6 jaar. Maar dan moet je wel het geluk hebben niet uitgeloot te worden en alle examens in een keer te halen. Dit geldt ook voor de mogelijke specialisatiestudie, die nog eens 4 jaar duurt. Maar dit is in ieder land anders. Binnenkort ga ik een maand naar het buitenland, Canada. Daarna kom ik waarschijnlijk hier werken.’ ‘Dat is voor mij al vijfentwintig jaar geleden’, lacht De Beus. Ik heb eerst twee jaar stage gelopen door heel Nederland. Daarna ben ik in Vlaardingen in een kleine-huisdierenpraktijk aangenomen. Daar heb ik ongeveer vier jaar in loondienst gewerkt. Daarna ben ik hier terechtgekomen.’ Als ik vraag of ze hiervoor nog andere beroepen heeft uitgeoefend, antwoordde De Beus: ‘Tijdens die twee jaar stage heb ik ook een tijdje grote-huisdieren behandeld. Maar daarbij mocht ik alleen maar bloedprikken en inenten, omdat ik een vrouw was. Toen werd het voor mij wel heel snel duidelijk dat ik graag kleine-huisdieren wilde behandelen. Dat bevalt me nu nog steeds heel goed. Het leukste van dit vak vind ik, net zoals mijn bijna-collega, de variatie. We mogen alles doen: foto’s maken, opereren, bloedprikken, alles wat je maar kan bedenken.’
‘Welke studie moet je volgen om dierenarts te worden?’, vraag ik. Susilo: ‘De algemene studie dierengeneeskunde duurt 6 jaar. Maar dan moet je wel het geluk hebben niet uitgeloot te worden en alle examens in een keer te halen. Dit geldt ook voor de mogelijke specialisatiestudie, die nog eens 4 jaar duurt. Maar dit is in ieder land anders. Binnenkort ga ik een maand naar het buitenland, Canada. Daarna kom ik waarschijnlijk hier werken.’ ‘Dat is voor mij al vijfentwintig jaar geleden’, lacht De Beus. Ik heb eerst twee jaar stage gelopen door heel Nederland. Daarna ben ik in Vlaardingen in een kleine-huisdierenpraktijk aangenomen. Daar heb ik ongeveer vier jaar in loondienst gewerkt. Daarna ben ik hier terechtgekomen.’ Als ik vraag of ze hiervoor nog andere beroepen heeft uitgeoefend, antwoordde De Beus: ‘Tijdens die twee jaar stage heb ik ook een tijdje grote-huisdieren behandeld. Maar daarbij mocht ik alleen maar bloedprikken en inenten, omdat ik een vrouw was. Toen werd het voor mij wel heel snel duidelijk dat ik graag kleine-huisdieren wilde behandelen. Dat bevalt me nu nog steeds heel goed. Het leukste van dit vak vind ik, net zoals mijn bijna-collega, de variatie. We mogen alles doen: foto’s maken, opereren, bloedprikken, alles wat je maar kan bedenken.’
Voor- en nadelen
Susilo:
‘ Wat ik ook heel leuk vind, is het contact met de eigenaren. Het is net als
televisie kijken. Elke keer heb je te maken met een ander soort eigenaar. De
een is leuk en gezellig, terwijl de ander chagrijnig of kribbig kan zijn.’ De
Beus: ‘Wat ik alleen minder leuk vind, is dat de laatste jaren mensen heel veel
kritiek hebben op dierenartsen. Alsof we iets opzettelijk fout doen. Mensen
hebben soms niet in de gaten dat er veel meer dingen meespelen. Een beetje een ‘ja,
maar dan geef je toch gewoon een prikje en dan is het toch over’ instelling.
Maar zo werkt het nou eenmaal niet.’ Als ik haar vraag waarom ze het heeft over
‘de laatste jaren’, antwoordt De Beus: ‘Mensen denken de laatste tijd dat ze alles
zelf kunnen opzoeken. Ze gaan eerst op internet zoeken. Soms klopt die
informatie wel, maar ze vergeten vaak dat er veel meer dingen meespelen bij een
ziekte. Ook is het zo dat iedereen zomaar dingen op internet kan zetten, ook als
dit onwaar is. Soms is het dan erg lastig om uit te leggen dat het om iets anders
gaat. Dan hebben ze moeite mee om dat te accepteren, omdat ze er al vanuit gaan
dat ze het weten. Sommige eigenaren zijn heel begripvol, maar daar zitten
natuurlijk gradaties in. Er zijn ook mensen die te eigenwijs zijn om dan aan te
nemen dat het om iets anders gaat.’ Als ik reageer dat iets als inslapen, of
een eigenaar overtuigen van inslapen, mij heel moeilijk lijkt, reageert De Beus
dat dit over het algemeen meevalt. ‘Ik laat namelijk alleen een dier inslapen
als ik het er zelf mee eens ben, dus ik kan dan ook goed uitleggen waarom ik het
reëel vind om een dier in te laten slapen. Als het niet nodig is, doe ik het
ook volstrekt niet.’
Crisis
‘Merkt u, als dierenarts, iets van de crisis?’, vraag ik. ‘Ja’, antwoordde De Beus, ‘helaas wel. Mensen zeggen sneller dat ze een operatie niet meer kunnen betalen. Dat vind ik wel heel sneu, omdat wij het dier technisch gezien wel kunnen genezen, maar dat de operatie gewoonweg te duur is.’
‘Merkt u, als dierenarts, iets van de crisis?’, vraag ik. ‘Ja’, antwoordde De Beus, ‘helaas wel. Mensen zeggen sneller dat ze een operatie niet meer kunnen betalen. Dat vind ik wel heel sneu, omdat wij het dier technisch gezien wel kunnen genezen, maar dat de operatie gewoonweg te duur is.’
Ander beroep
‘Als u voor een dag een ander beroep zou moeten uitoefenen, wat zou dit dan zijn?’ ‘Dan toch geneeskunde’, antwoorden beide dierenartsen in koor. Als ik hen vraag wat voor arts dan precies, reageren ze alle twee dat huisarts hun wel een interessant beroep lijkt. ‘Als ik dat uithoud’, zei Susilo. ‘Wij zijn namelijk meer gewend om te handelen. Een huisarts is een soort van psycholoog, die stuurt alleen mensen door. Wij zijn gewend om dingen te doen en te onderzoeken met onze handen. Dat moeten we wel, want dieren kunnen niet praten. We gebruiken echt alle zintuigen om een dier te onderzoeken. Kijken, ruiken, voelen, horen…’ ‘Proeven’, voeg ik er automatisch aan toe. ‘Nee, dat dan weer net niet’, antwoordt De Beus lachend.
‘Als u voor een dag een ander beroep zou moeten uitoefenen, wat zou dit dan zijn?’ ‘Dan toch geneeskunde’, antwoorden beide dierenartsen in koor. Als ik hen vraag wat voor arts dan precies, reageren ze alle twee dat huisarts hun wel een interessant beroep lijkt. ‘Als ik dat uithoud’, zei Susilo. ‘Wij zijn namelijk meer gewend om te handelen. Een huisarts is een soort van psycholoog, die stuurt alleen mensen door. Wij zijn gewend om dingen te doen en te onderzoeken met onze handen. Dat moeten we wel, want dieren kunnen niet praten. We gebruiken echt alle zintuigen om een dier te onderzoeken. Kijken, ruiken, voelen, horen…’ ‘Proeven’, voeg ik er automatisch aan toe. ‘Nee, dat dan weer net niet’, antwoordt De Beus lachend.